Pijnpolikliniek.Info

 
 
 
Algemene info                              
 
 
     
 
     
 
     
 
     
 
     
 

DC Klinieken Roermond                    23 september 2011           www.pijnpolikliniek.info

Deze informatie is bestemd voor patiënten, die pijn hebben t.g.v. kanker. Ook voor familieleden kan het zinvol zijn deze informatie te lezen. Hier kunt u lezen over de behandeling van pijn bij kanker d.m.v. medicamenten.

 

Behandeling van Pijn bij Kanker door middel van Medicamenten

Inleiding

Tegenwoordig is pijn bij kanker vaak goed te bestrijden. Als wordt vastgesteld waardoor de pijn wordt veroorzaakt, is pijn bij kanker bijna altijd tot een draaglijk niveau terug te brengen. In de laatste fase van de ziekte lukt het niet altijd om de symptomen onder controle te krijgen. Soms wordt dan een beroep gedaan op de mogelijkheden van palliatieve sedatie of euthanasie.

Niet alle patiënten met kanker hebben pijn. In de beginfase van de ziekte heeft ongeveer 30% van de patiënten pijnklachten. In een latere fase hebben 60-80% van de patiënten met kanker ernstige pijnklachten.

In de beginfase van de ziekte is het beleid vooral gericht op het diagnostiseren en het behandelen van de kanker zelf. Omdat ongeveer de helft van de mensen met kanker uiteindelijk geneest, zal de pijn doorgaans verminderen of verdwijnen. In een latere fase van kanker, bijvoorbeeld bij uitgebreide uitzaaiingen of doorgroei van de tumor, wordt genezing minder waarschijnlijk of onmogelijk. Ook dan kunnen soms behandelingen op zijn plaats zijn, die de bedoeling hebben de groei van de kanker te remmen. Hierdoor kan de pijn soms ook bestreden worden.

 

Oorzaken van pijn

De pijn kan veroorzaakt worden door:

* directe doorgroei van de tumor in huid, zenuwweefsel of weke delen

* indirecte gevolgen van de ziekte; bijvoorbeeld botbreuken, zweren, infecties, verstopping van holle organen (koliekpijn), verstopping van bloedvaten en verhoogde hersendruk

* de behandeling van kanker; bijvoorbeeld littekenpijn, fantoompijn (pijn t.g.v. een amputatie), verbindweefseling door bestraling en zenuwgeleidingsstoornissen door chemotherapie

* andere aandoeningen dan kanker.

Pijnmedicatie

De meeste patiënten met kanker, die pijn hebben, kunnen door middel van medicamenten worden behandeld. Hierbij moet een aantal principes in acht worden genomen. Belangrijk is dat u niet moet wachten met het innemen van de medicatie tot de pijn onhoudbaar is. U moet proberen de pijn voor te zijn. Neem een pijnstiller zo regelmatig mogelijk in. Op die manier kunt u de terugkeer van pijn voorkomen. Bij krachtige pijnstillers (morfine-achtige middelen), hoeft men bij pijn door kanker niet bang te zijn voor verslaving of voor problemen met de ademhaling. Er is dus geen reden om terughoudend te zijn met pijnstillers. Het is niet zo dat het gebruik van pijnstillers in een vroeg stadium van de ziekte tot gevolg heeft dat in een later stadium de middelen niet meer werkzaam zullen zijn. Een zekere gewenning kan verwacht worden, maar het is in de meeste gevallen mogelijk de dosering van de medicamenten te verhogen zonder dat deze onwerkzaam worden.

Behandeling

Medicamenten worden toegediend volgens de zogenaamde pijnladder. Hierbij worden stapsgewijs middelen gegeven met een sterkere pijnstillende werking. De stappen van de pijnladder worden één voor één besproken.

 

Stap 1: Paracetamol en NSAID's (ontstekingsremmende pijnstillers)

Tot deze groep behoren de meeste huis-, tuin- en keukenpijnstillers. Naprosyne, Voltaren (diclofenac), Brufen (ibuprofen), Indocid (indometacine) en asperine worden tot de groep NSAID's gerekend. Deze middelen zijn zeer effectief bij lichte tot matige pijn, ongeacht de oorzaak van de pijn. Behalve een pijnstillende werking, hebben ze ook nog een ontstekingsremmende en een koortswerende werking. De voornaamste bijwerkingen zijn: maagklachten, gestoorde nierfunctie en stollingsafwijkingen. De maagklachten zijn doorgaans niet ernstig, maar kunnen in zeldzame gevallen aanleiding geven tot maagbloedingen en maagzweren. De stoornissen van de nierfunctie zijn vooral van belang in combinatie met andere middelen, waaronder sommige vormen van chemotherapie. De stollingsstoornissen zijn vooral van belang bij patiënten die bloedverdunners krijgen. Er zijn enkele nieuwe middelen uit de groep NSAID's waarbij minder maagklachten en stollingsstoornissen optreden (Celebrex® en Movicox®).

Paracetamol is een pijnstiller die de bovengenoemde bijwerkingen niet heeft en heeft daarentegen ook geen ontstekingsremmende werking.

Stap 2: Zwakke morfine-achtige middelen in combinatie met een middel uit stap 1.

Indien patiënten met kanker, ondanks een middel uit stap 1 in de juiste dosering, toch nog pijn krijgen dan heeft het geen zin om deze dosering te verhogen. Men zou dan een middel uit stap 2 kunnen toevoegen. Middelen zoals codeïne, Tramal® of Temgesic® hebben in lichte mate het effect van Morfine. Bij het gebruik van deze middelen bestaat de mogelijkheid dat sufheid optreedt. Bij het gebruik van codeïne kan men last krijgen van verstopping, waardoor een laxeermiddel nodig is.

Omdat de middelen uit stap 3 in de loop van de jaren steeds beter zijn geworden, wordt stap 2 tegenwoordig meestal overgeslagen.

Stap 3: Morfine-achtige middelen, al dan niet in combinatie met een middel uit stap 1. Er zijn veel vooroordelen tegen middelen als morfine als zouden deze gevaarlijk zijn. Mits men zich aan bepaalde regels houdt, is dit zeker niet van toepassing bij patiënten met kankerpijn. Vroeger werd vaak te lang gewacht met het gebruik van morfine. Morfine kan, zonder gevaar, ook in hoge dosis lang door een patiënt met pijn gebruikt worden. Mits verhoging van de dosering in overleg met uw arts plaatsvindt kunt u niet te veel gebruiken.

Morfine is op zichzelf een snel en kortwerkend middel. Sinds 15 jaar bestaan er echter middelen met een vertraagde afgifte, zodat de werkingsduur verlengd wordt.

Het bekendste van deze middelen is MS Contin®. MS Contin bestaat in verschillende doseringen. De effectieve werkingsduur is 8-12 uur en het middel dient men minimaal 2 maal daags in te nemen. De dosering kan zonodig om de paar dagen verhoogd worden. Het is te krijgen in de sterktes 10, 15, 30, 60, 100 en 200 mg. Een maximum dosering bestaat niet. De enige beperkingen zijn eventueel de bijwerkingen die kunnen optreden. De drie belangrijkste bijwerkingen van MS Contin zijn: verstopping, misselijkheid en slaperigheid. Verstopping treedt bijna altijd op, zeker bij een hoge dosering. Daarom krijgen alle patiënten, die MS Contin gebruiken ook een laxeermiddel. Misselijkheid treedt slechts op bij 30-40% van de patiënten en wordt alleen zonodig behandeld. Het optreden van sufheid is zeer wisselend, maar ook dit kan eventueel met medicamenten behandeld worden. Onderdrukking van de ademhaling treedt alleen op bij zeer plotselinge verhoging van de dosering, met name bij patiënten die dit middel nooit eerder gehad hebben. Bij een te hoge dosering bestaat een antigif: Narcan (naloxon).

Bij plotseling staken van morfine kunnen ontwenningsverschijnselen optreden. Soms kan de behandeling worden gestopt omdat de pijn door de behandeling van de kanker afneemt of door een zenuwblokkade. In dat geval is soms begeleiding nodig om het gebruik van de morfine af te bouwen omdat hierbij ontwenningsverschijnselen kunnen optreden (versnelde hartslag, zweten). Doorgaans lukt dat goed bij patiënten die weinig pijn hebben.

* Noceptin® (in grote lijnen vergelijkbaar met MS Contin).

* Kapanol® (dit zijn capsules die morfine bevatten met een beduidend langere werkingsduur zodat ze vaak slechts éénmaal daags ingenomen hoeven te worden). Kapanol is in de sterktes 20 mg, 50 mg en 100 mg te krijgen. Het werkt pas maximaal 9 uur na inname.

                                      

MS Contin                                    Kapanol                             OxyContin                           Palladon SR

* Oxycontin® heeft als werkzame stof oxycodon i.p.v. morfine. Aanvankelijk was het tekrijgen in sterktes 5mg, 10 mg, 20 mg en 40 mg. Kort geleden werd diet uitgebreid naar 15 mg, 30 mg, 60 mg en 120 mg. De samenstelling is bovendien zodanig dat het niet alleen lang werkt maar ook snel (binnen een uur) De werkingsduur is ongeveer 12 uur.

*Palladon SR® heeft als werkzame stof hydromorfon

* Durogesic® pleisters die fentanyl bevatten. Fentanyl is een morfine-achtige stof. Er waren pleisters in vier sterktes, namelijk 25,50,75 en 100. De sterkte wordt gemeten in de microgram afgifte per uur. Sinds de invoering van de D-trans technologie is er ook nog een lager dosis verkrijgbaar, namelijk 12 mcg per uur. De werking begint pas 12 uur nadat de pleister is opgeplakt.

Bij de overgang van morfine tabletten naar pleisters dient men rekening te houden met de verschillend effecten in de tijd. Na het plakken van de eerste pleister dient men nog één keer de normale medicatie in tablet vorm in te nemen. De werkingsduur van een pleister is drie dagen. Hierna kan men hem vervangen door een nieuwe pleister. Een enkele keer laat de pleister de derde dag iets afweten. Men kan dan de dosering verhogen of de pleisters om de andere dag plakken.

De pleisters lijken minder verstopping en misselijkheid te veroorzaken dan de andere genoemde middelen. Veel patiënten hebben geen laxeermiddel nodig.

                                              

omrekentabel opioiden:

 


Doorbraakpijn
(zie ook webpagina hierover: doorbraakpijn)
Omdat pijn bij kanker niet altijd de hele dag even hevig is, kan het soms moeilijk zijn de pijn met de bovengenoemde langwerkende middelen te onderdrukken. Voor korte hevige pijn is men beter af met een kort werkend middel zoals Oramorph® of Oxynorm®. Sevredol is sinds kort uit de handel. De Palladon IR is erbijgekomen. Dit is morfine of oxycodon dat in tablet vorm dat binnen een half uur begint te werken maar ook weer binnen een paar uur is uitgewerkt. Door de snelle opname in de bloedbaan kunnen de bijwerkingen ook plotseling komen opzetten.

        

De grote doorbraak bij doorbraak pijn is Actiq. Dit middel bestaat uit een stift dat fentanyl bevat. De snelheid van werking is te vergelijken met morfine dat in de bloedbaan wordt gespoten (intraveneus)! Het wordt al voor een belangrijk deel door de mondslijmvlies opgenomen en is daardoor beter geschikt voor doorbraakpijn dat plotseling onverwacht komt opzetten.


Aanvullende middelen

Soms zijn er aanvullende middelen nodig bij bijzondere soorten pijn zoals zenuwpijn. Bij bijvoorbeeld zenuwpijn blijken normale pijnstillers soms maar matig te werken. Bij dit soort pijnen worden middelen gebruikt, die normaal toegepast worden bij depressiviteit of bij epilepsie. Een voorbeeld hiervan is Tryptizol® (amitriptyline) en Tegretol® (carbamazepine), Neurontin® en Lyrica®. Verder worden soms middelen gebruikt, die angstremmend zijn, zoals Seresta® (oxazepam). Sommige mensen met kankerpijn hebben behoefte aan slaaptabletten. Verder worden hormoonpreparaten zoals prednison of Oradexon® gebruikt. Deze middelen kunnen zwellingen rondom tumoren doen afnemen.

Stap 4: Invasieve pijnbestrijding.

Met invasieve pijnbestrijding worden een aantal technieken bedoeld zoals zenuwbehandelingen en katheters waardoor pijnstillers door middel van een pomp worden toegediend voor langdurige pijnstilling. Deze technieken zijn effectiever dan behandeling door middel van medicamenten. Ze worden bewaard voor die gevallen, waar medicamenten tekort schieten; wanneer de pijn onaanvaardbaar is, of wanneer de bijwerkingen van de medicamenten onaanvaardbaar zijn. Voor deze bijzondere technieken zijn aparte folders beschikbaar: spinale pijnbestrijding, plexus coeliacus blok, intrathecaal fenolblok, en chordotomie

Vragen?

Indien u nog vragen heeft dan kunt u deze altijd bespreken met uw behandelend arts.

 

P.C. de Jong

 

 


 

 

© PijnPolikliniek.info, last changed on 23-02-2008

 

morfine

oxycodon

hydromorfon

fentanyl

morfine

tablet (SR)

tablet (SR)

tablet (SR)

pleister

i.v. / s.c.

mg/24 uur

mg/24 uur

mg/24 uur

mcg/uur

mg/24 uur

30

15

 

12

10

60

30

8

25

20

120

60

16

50

40

180

90

24

75

60

240

120

32

100

80

+60

+30

+8

+25

+20

 
© NIV Webhosting Swalmen - Laatste wijziging op 10-03-2016